Te + infinitif ou infinitif direct (1)?


Complète les trous au moyen de 'te' ou 'X'.
Quand tu as fini l'exercice, clique sur 'vérifier' pour contrôler tes réponses. Tu peux aussi appuyer sur [?] si tu as un problème. Mais dans ce cas, tu perdras des points.

1. Je kan altijd op mij rekenen.
2. Ik probeer altijd mijn vrienden een handje helpen.
3. Ik zit heel graag in de zon een boek lezen.
4. Ik hoop later gelukkig zijn.
5. Je zou me moeten vertrouwen.
6. Je hoeft niet komen.
7. Ik hoor vaak mijn ouders ruziën.
8. In plaats van een lang gezicht zetten, zou je liever moeten lachen.
9. Door zoiets zeggen, wil je ze echt pesten.
10. Hij heeft beslist zijn gevoelens meer uit drukken.