Map 2: De wijk is van ons allemaal: Lende (p. 35)

Complète les trous. Les verbes sont donnés à l'infinitif.

avoir - condisciples de classe - couple - du - envie de - environs - facile - faire, lier - il y a - immédiats - récemment - secondaire - sortir

1. De buren die naast mijn huis wonen noem je de buren.
2. Een man en een vrouw vormen een .
3. We hier vier jaar verhuisd.
4. Ik ben nu 13 jaar en ik ga naar het .
5. Mijn vrienden wonen in de .
6. Ik zit sinds twee weken op een nieuwe school en ik ken al al mijn .
7. synoniem van 'uitgaan':
8. Synoniem van 'niet lang geleden':
9. Een vrouw de buurt heeft me gevraagd te babysitten.
10. Als het weer mooi is, heb ik vaak een ijs.
11. Ik vind het niet contact met onbekenden te .