<=
Index
=>
Exercices sur le vocabulaire des pages 47- 49 du Tandem 4
Complète les expressions.
1. Hij voelt zich niet lekker in zijn
[?]
.
2. Hij heeft vaak ruzie met zijn vader gehad.Hij heeft vaak een grote mond tegen zijn vader
[?]
.
3. Laat hem met
[?]
. Zie je niet dat je hem verveelt?
4. Zeur niet. Zet niet zo'n lang
[?]
.
5. Ik heb vaak
[?]
in chocolade.
6. Ik breng mijn beste vriendin op de
[?]
van al mijn geheimen.
7. Als ik een slecht rapport krijg, ben ik vaak bang
[?]
de reactie van mijn ouders.
8. Wat beschouw je
[?]
een onmogelijk verlangen?
9. Als een vriend een probleem heeft, help ik een
[?]
.
10. Ik ben een beetje verlegen van
[?]
.
Correction
Aide
OK
<=
Index
=>