Map 4: Woordenschat over de Praatstoel ( p 63 - 66 )


Complète les trous au moyen du vocabulaire de la praatstoel.

N'oublie pas de conjuguer.
boite à tartines - but - chauffage - conséquence - se demander - économe - économiser - de seconde main - fermer - mazout - menace - nocif - papier alu - produit jetable - responsable de - trier -

1. Het van de campagne is de jongeren bewust te maken.
2. De grootste is de luchtvervuiling.
3. Welke energiebron gebruik je? Gas, of elektriciteit?
4. De mensen moeten energie om de aarde te redden.
5. De chemische industries zijn voor het milieu.
6. Je zou de deur moeten als je een kamer verlaat.
7. Een kringwinkel verkoopt spullen.
8. Welke gebruik je? Gas, centrale of elektriciteit?
9. Het van de luchtvervuiling is onder andere gezondheidsproblemen.
10. Het probleem is dat weinig mensen zich het milieu voelen.
11. Ik mijn afval: papier, blikjes, glas...
12. Ik gebruik een voor mijn lunchpakket.
13. Ik of we iets kunnen doen.
14. is heel vervuilend.
15. Wees met water en elektriciteit.
16. brengen veel afval met zich mee.