Zinnig woord (1-100)


Complète les trous au moyen d'un mot de la liste. Les numéros se réfèrent aux numéros de la liste.

1. Luister eens, ik spreek jou!
2. het rode licht rijden is gevaarlijk.
3. De weg loopt de brug.
4. Na de vakantie moeten we aan het werk.
5. Een en een twee.
6. komt iemand.
7. Zal je het of niet doen?
8. mooi weer gaan we naar zee.
9. Heb je boeken gelezen? (tous ces)
10. Ik heb chocolade gegeten. Nu ben ik ziek.
11. Het is helemaal anders ik dacht.
12. Zij het willen, mogen nu vertrekken.
13. Ik begrijp niet hij zegt.
14. Synoniem van 'een beetje' moeilijk: moeilijk.
15. Zeg me iets je leuk vindt.
16. Hier en daar zijn nog fouten.
17. eerste is het niet interessant, tweede is het dom.
18. We hebben twee uur Nederlands na , van 10:20 tot 12 uur.
19. Het hele jaar werkt hij hard om prachtige vakantie te betalen.
20. Heb je een wagen? Nee, ik gebruik die van mijn ouders.